Begin van een vierde mediarevolutie? Ja!

Het internet is tegenwoordig een van de belangrijkste manieren om te communiceren. Google wordt per dag ongeveer honderd miljoen keer gebruikt. Het nieuws is vierentwintig uur per dag te volgen via het internet en midden in de jungle kun je een bericht via je telefoon naar huis sturen. Het feit dat we alle informatie en communicatie met de andere kant van de wereld binnen handbereik hebben liggen heeft als gevolg dat we veel geïsoleerder leven dan voorheen. Doordat de invloed van het mobiele internet ontzettend toeneemt staan we in het begin van een vierde media-evolutie.

 

Eventuele tegenargumenten van het bewijzen dat mobiel internet geen belangrijke rol gaat spelen in het leven van de mens is bijvoorbeeld dat de mens voor hun informatie en nieuws altijd afhankelijk zal zijn van men die het nieuws verspreid (agendasettingstheorie).

Daarnaast is men ervan overtuigd dat de vierde mediarevolutie nooit zal plaats vinden omdat mobiel internet niet wordt gezien als één van de grootste levensbehoeftes.

 

Maar tegenwoorden biedt het mobiele internet oplossingen voor bovenstaande tegenargumenten. Zo worden eigen nieuwsbronnen gecreëerd door middel van podcast en persoonlijke nieuwspagina’s. Mensen houden zich hier veel mee bezig. Op deze manier kan iedereen voor zichzelf bepalen welk nieuws wel waarheid is en welk nieuws niet.

Ook helpt het mobiele internet aan persoonlijk contact, wat een van de grootste basisbehoeftes van de mens is. Zo bestaat  er bijvoorbeeld Skype, MSN of Whatsapp. Op deze manier kunnen mensen over de hele wereld met elkaar blijven praten.

 

Door het intensieve gebruik van mobiel internet, wat bijna een basisbehoefte aan het worden is, staan we aan het begin van een vierde mediarevolutie.

 

De Roo, N. (g.d.). Mobiel internet. Het startschot voor de vierde mediarevolutie | Naomy's Portfolio. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://naomyportfolio.wordpress.com/mobiel-internet-het-startschot-voor-de-vierde-mediarevolutie/

 

De Roo, N. (g.d.). Mobiel internet. Het startschot voor de vierde mediarevolutie | Naomy's Portfolio. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://naomyportfolio.wordpress.com/mobiel-internet-het-startschot-voor-de-vierde-mediarevolutie/

 

 

 

 

 

Eerste mediarevolutie

Eeuwen geleden begonnen we met het vastleggen van gedachtegangen en beelden. Het alfabet bestond nog niet, beelden werden vastgelegd door middel van pictogrammen en beeldtekens.

 

De oude Grieken ontwikkelde hun eigen schrift. Dit zijn allemaal letters waar woorden mee gevormd konden worden (dit schrift gebruiken de Grieken nog steeds). Dit ontstond ongeveer negen eeuwen voor Christus.

Het spijkerschrift is bedacht door Soemeriërs, zij wilde op een nieuwe manier bijhouden wat ze aan het verhandelen waren. Soemeriërs beeldde hun handelswaar uit op tabletten van klei. Dit was ontzettend handig omdat klei heel makkelijk getransporteerd kon worden.

Daarnaast maakte Egyptenaren pictogrammen om klanken uit te drukken, dit worden hiërogliefen genoemd. Door rotstekeningen en kleitabletten worden verschillende boodschappen verspreid en rond 1500 voor Chr. ontstaan de eerste vormen van een alfabet.

Door het schrift waren op grote afstand gelegen handelsvolkeren sneller en beter in staat met elkaar te handelen. Mensen konden in hun eigen tijd  handelsafspraken regelen en dit zorgde voor zekere groei in de handel, kennis en mogelijkheden van de mens.

 

 

Popova, V. (2012, Mei 29). ZAAL 1: De eerste mediarevolutie | Museum van de mediarevoluties. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://valentynapopova.wordpress.com/2012/05/29/zaal-1-de-eerste-mediarevolutie/

 

Tienkamp, A. (g.d.). Museum van de mediarevoluties - Arjen Tienkamp. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://www.arjentienkamp.com/hva/giam/zaal1.html

 

 

 

 

 

Agendasettings theorie

 

De agendasettingstheorie houdt in dat de media de macht heeft om te selecteren welke onderwerpen zij berichten. De journalistiek bepaalt wat de belangrijkste onderwerpen zijn.

De media bepaalt dus de agenda van het publiek; ze bepalen waarover mensen denken. Er worden drie soorten agenda’s gehanteerd:

·      intra persoonlijke agenda: welke onderwerpen vind het publiek belangrijk.

·      interpersoonlijke agenda: over welke onderwerpen het publiek met andere spreekt.

·      perceived-community agenda: welke onderwerpen belangrijk zijn binnen de sociale omgeving.

 

Daarnaast spelen bij de agendasettingstheorie priming en framing een belangrijke rol:

Framing is een bepaalde taalstrategie de behoorlijk populair aan het worden is in Nederland. Zowel in de politiek als in het bedrijfsleven ziet men in dat een goede boodschap niet zonder frame kan. Bij framing wordt er gebruik gemaakt van specifieke taal die bepaalde emoties of wereldbeelden aan wakkert. Je plaatst namelijk ergens een ‘lijst’ of ‘kader’ omheen. Kortom: Framing is een manier om taal te gebruiken met als doel betekenis aan iets te geven

 

Priming

Ons doen en laten kan worden beïnvloed door onbewuste boodschappen, geuren of afbeeldingen, dit noemt men priming.  Verschillende psychologische experimenten hebben de werking aangetoond. Zo lopen bijvoorbeeld mensen langzamer als ze zinnen hebben gemaakt met woorden als Bingo en vergrijzing. Als er zinnen worden gemaakt met gezondheid en atletiek wordt er vaker de trap genomen.

Daarnaast werkt priming ook met beelden. Mensen drinken meer als ze tussendoor een blij gezichtje zien/smiley.

Bij priming reageer je dus sneller en onbewuster op bepaalde stimulus als men deze al eerder heeft waargenomen.

 

Hoogers, R. (2011, October 28). Agendasettingtheorie | Mens en Samenleving: Diversen. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/84978-agendasettingtheorie.html

 

Interventie: herkaderen en framing. (g.d.). Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://www.groepsdynamiek.nl/herkaderen.html

 

Gagestein, S. (2010, November 3). Wat is framing? | Taalstrategie. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://taalstrategie.nl/wat-is-framing/

De invloed van massamedia

Een boodschap die gebracht wordt aan een grote onbegrensde groep mensen heet massamedia. Dit moet aan drie voorwaardes voldoen: de boodschap moet voor iedereen zichtbaar zijn, op de boodschap kan niet rechtstreeks gereageerd worden (eenzijdig) en de boodschap wordt door een heterogene groep mensen bereikt. Massamedia heeft invloed op het denken van de mens. Er zijn vier verschillende theorieën hierover geschreven:

 

De injectienaald theorie:

Alle informatie die wordt verstrekt wordt door de mens zonder enige vorm van kritiek opgenomen. Op deze manier zijn mensen makkelijk te indoctrineren, alles wordt ‘zomaar’ aangenomen.

 

De selectieve-perceptie theorie:

Ieder persoon neemt informatie anders waar. Iedereen interpreteert informatie zodat het in zijn of haar referentiekader past. Een referentiekader is datgene wat je al weet. Mensen selecteren als het ware wat ze voor waar nemen en wat niet. Informatie opnemen is dus subjectief.

 

De multi-step-flow theorie/aanhaaktheorie:

Mensen passen hun mening aan/sluiten hun mening aan bij mensen waar ze tegen op kijken, een soort opinieleiders.

 

De agendasettingstheorie:

De agendasettingstheorie houdt in dat de media de macht heeft om te selecteren welke onderwerpen zij berichten. De journalistiek bepaalt wat de belangrijkste onderwerpen zijn.

De media bepaalt dus de agenda van het publiek; ze bepalen waarover mensen denken. Er worden drie soorten agenda’s gehanteerd:

·      intra persoonlijke agenda: welke onderwerpen vind het publiek belangrijk.

·      interpersoonlijke agenda: over welke onderwerpen het publiek met andere spreekt.

·      perceived-community agenda: welke onderwerpen belangrijk zijn binnen de sociale omgeving.

 

Invloed van massamedia - LeerWiki.nl - Schat aan informatie. (g.d.). Geraadpleegd op September 27, 2013, from http://www.leerwiki.nl/Invloed_van_massamedia

 

Hoogers, R. (2011, Oktober 28). Agendasettingtheorie | Mens en Samenleving: Diversen. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/84978-agendasettingtheorie.html

 

Interventie: herkaderen en framing. (g.d.). Retrieved September 27, 2013, van http://www.groepsdynamiek.nl/herkaderen.html

 

Gagestein, S. (2010, November 3). Wat is framing? | Taalstrategie. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://taalstrategie.nl/wat-is-framing/

Social-mediastress

Stress veroorzaakt door prikkels in je omgeving. Bijvoorbeeld als je van iets schrikt, weinig tijd hebt om te leren voor een belangrijk tentamen of als je een berichtje krijgt van je telefoon.

 

Jongeren tussen de 13 en 18 jaar lijden aan een ernstige vorm van ‘sociale-mediastress’. Dit is gebleken uit een onderzoek onder 500 jongeren van de Nationale Academie voor Media & Maatschappij. Als de social-media niet bijgehouden kan worden voelt de kwart van de jongeren zich al gestrest omdat zij bang zijn sociaal buitengesloten te raken of veel dingen te missen. Deze stress wordt ook wel FMO genoemt: Fear of Missing Out. De digitale wereld lijkt de ideale wereld voor jongeren te zijn. Foto’s van feestjes, vakanties en het ziet er allemaal ontzettend vrolijk uit. Veel jongeren checken daarom vaak de social-media om te kijken of het ergens anders niet leuker is.

 

Een aantal tips die gegeven worden als je merkt dat je niet meer zonder je smartphone kan zijn: Neem je telefoon niet overal mee naartoe, leer berichten te negeren en praat met elkaar (vrienden, vriendinnen) over het stress probleem. Op deze manier maak je elkaar ervan bewust en kun je elkaar helpen afkicken van je verslaving.

 

Stress jongeren door sociale media - NOS Nieuws. (2012, Mei 7). Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://nos.nl/artikel/370646-stress-jongeren-door-sociale-media.html

 

Schooltv : Schooltv-weekjournaal - Nieuwsdossiers - Sociale media-stress. (g.d.). Geraadpleegd op September 27, 2013,van http://www.schooltv.nl/weekjournaal/onderwerpen/item/3559069/sociale-media-stress/

 

Jongeren hebben last van Social Media Stress. (2012, May 8). Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://www.dutchcowboys.nl/socialmedia/24709


 

 

 

 

Positieve en negatieve gevolgen van het gebruik van social-media

Televisie, internet en andere media zijn steeds belangrijker voor kinderen en jongeren. Het gebruik van Facebook, Twitter en andere social-media sites worden dagelijks enorm veel gebruikt. Het is zeldzaam jongeren zonder smartphone in hun hand te zien. In 2010 is maarliefst 91 procent van de jongeren actief op sociale netwerken. De Nederlandse jongeren lopen hiermee in de Europese Unie voorop. Ook ouderen maken steeds meer gebruik van social-media.

 

Het gebruik van social-media heeft een aantal positieve invloeden op de jeugd. Voor een aantal jongeren is social-media goed voor het zelfvertrouwen. Bijvoorbeeld door de ‘likes’ die je krijgt op Facebook of het aantal volgers op Twitter. Door je voor dingen te interesseren (berichten ‘liken’, personen ‘volgen’) creëer je een positieve verhouding tussen twee personen.

Ook het communiceren met vrienden of kennissen (die verder weg wonen) gaat gemakkelijk. Contact kan goed onderhouden worden. Het verbeterd banden en relaties. En je netwerk wordt hierdoor vergroot. Je spreekt namelijk mensen waar normaal niet makkelijk mee gecommuniceerd kan worden.

 

Natuurlijk neemt het vele gebruik van social-media ook een aantal negatieve invloeden met zich mee. Zo presteert men veel minder op school/werk. Het leidt af en is enorm verslavend. Op deze manier houd men minder tijd over voor schoolwerk of opdrachten. Online kunnen dingen ook verkeerd geïnterpreteerd worden. Er spelen geen andere factoren mee zoals een lichaamshouding of sarcasme.

Verder kunnen mensen bang worden van social-media. Online pesten komt namelijk ook voor.

 

Munnik, L. (2013, Maart 28). Invloed van de media op de jeugd | Mens en Samenleving: Sociaal. Geraadpleegd op September 9, 2013, van http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal/112842-invloed-van-de-media-op-de-jeugd.html

 

Sleijpen, G. (2010, Januari 10). CBS - Nederlandse jongeren zeer actief op sociale netwerken - Webmagazine. Geraadpleegd op September 27, 2013, van http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3296-wm.htm